Aarden heeft te maken met er zijn. Aanwezig zijn, in je lichaam en in je leven. Contact maken. Voelen dat je verbonden bent, geen afgescheiden deeltje, maar een levend, ademend onderdeel van een groter geheel.

Aarden geeft rust. Even met je beiden voeten op de grond en ademhalen. Zo lukt het je om weer bij jezelf te komen: 1. Op je plek

Als je ergens kunt aarden, voel je je er op je plek. Of het nu in je werk, je familie of je huis is. Je hoort erbij, je hoort dáár. Echt geaard zijn is de volledige bereidheid te zijn waar je bent. Precies daar waar je woont, werkt, praat, slaapt. Voel je je letterlijk en figuurlijk niet op je plek, dan kan dat komen vanuit het systeem waarvan je deel uitmaakt. Jij (of iemand die vóór jou kwam) kan bijvoorbeeld niet op de ‘juiste’ plek in je familie of organisatie staan.

Of iets of iemand die er wel bij hoort, is verzwegen of niet gezien, heeft geen plek gekregen. Dat kan onrust geven in je eigen systeem – alsof je niet kunt landen. Systemisch werk, in de vorm van (familie)opstellingen, kan helpen om iedereen energetisch een gezonde plaats te geven. Iedereen hoort erbij, hoe imperfect misschien ook. Vanuit de voor jou juiste plek kun je de energie van degenen vóór jou ontvangen, en die weer doorgeven aan wie na je komt. Op jouw geëigende plek in het grotere geheel kun je groeien en bloeien, zoals je bent. 2. Basischakra

Aarden doe je door je bewust te worden van je contact met de aarde. Yoga heeft daar mooie houdingen voor, waarvan kleermakerszit schittert in eenvoud. Gewoon zitten en voelen waar je 
benen, enkels, billen, zitbotjes de grond raken, terwijl je zacht doorademt. Voor een nog dieper contact kun je je voorstellen dat vanuit je stuitje, je basischakra, een flexibel koord diep de aarde in gaat. Je kunt jezelf ook voeden met de energie van Moeder Aarde.

Stel je voor dat via je voetzolen groen licht je lichaam in stroomt. Met elke inademing laat je het licht een beetje hoger komen, van je voeten naar je knieën, bekken, buik, hart, keel, voorhoofd, kruin… Stel je voor dat dit groene licht al je cellen vult en voedt, en liefde en warmte door je lichaam verspreidt. Voel je ergens spanning, adem er dan net zo lang naartoe tot de plek zich opent en ontspant. Op de uitademing stuur je de energie steeds weer terug de aarde in. En bij de laatste uitademing laat je de energie via je armen en handpalmen terug de grond in stromen. Zo is de cirkel rond.

Dit artikel gaat verder op de volgende pagina